Home Mijn familie
Het familiefeest
Het familiefeest
Mijn familie - Jaar 3

Omschrijving

De familie viert feest. Maar er gebeurt iets geks.

Leerlingen verkennen door middel van drama-oefeningen begrippen die horen bij (hun) familie.

Werkvorm en Activiteit
  • Voor de les

    Selecteer 5 foto’s van familiefeesten of gebruik de pdf Familiefoto's. De voorkeur gaat uit naar foto’s van de leerlingen zelf. Print en knip kaartjes met familiebegrippen uit.

  • 10 min. Familieopstelling

    Kom terug op de les over stambomen. Weten ze nog hoe de lijnen in hun familie lopen? Deel kaartjes uit met begrippen: ik, broer, zus, moeder, etc. De leerlingen maken het stamboomschema na door op een plek te gaan staan in het lokaal. Markeer evt. rondjes op de vloer om plaatsen aan te geven. Vraag aan leerlingen bij wie het anders zit. Zij zijn dan de ik-persoon en laten aan de anderen zien hoe hun familie is opgebouwd.

  • 5 min. 
Spiegelen

    Sta in een kring zodat iedereen elkaar kan zien. Hoe bereid je jezelf voor als je een familiefeest hebt? Een leerlingen doet een handeling voor (tandenpoetsen, handen wassen, slingers ophangen, kaarsjes op de taart uitblazen) en de rest volgt. Begin zelf. Zeg: “Ik poets mijn tanden” en doe de handeling voor. De leerlingen volgen. Na ongeveer 30 seconden is de volgende aan de beurt. De leerling die is geweest, wijst een ander aan.

  • 10 min. Vertellen zonder geluid

    Je begint vanuit de kring. Zodra het spel begint mogen de leerlingen door de klas lopen. (Als de speelruimte te klein is, deel je de groep op).

    Geef de spelers een zin. De leerlingen spelen de situatie in de zin na. Ze gaan telkens hun spel meer overdrijven/uitvergroten. Als je in je handen klapt, bevriezen de leerlingen in hun spel. Bij de volgende klap gaan ze weer verder. De zinnen zijn:

    1. Een oude vrouw loopt over straat. Aanwijzingen: Hoe zie je dat het een oude vrouw is? (krommer/met stok/langzamer lopen; niet goed meer zien en horen) Hoe viert deze oude vrouw haar verjaardag? Hoe blaast zij veel kaarsjes uit?

    2. De kok draagt een grote taart. Aanwijzingen: Hoe zie je dat het een grote taart is? Hoe zie je dat het een lekkere taart is? Die heerlijk ruikt? Wat als de taart plakt?

    3. De familie viert feest in het park. Aanwijzingen: Hoe zie je dat het een park is? Hoe zie je dat de mensen bij elkaar horen? Wat als het gaat regenen of het park op de maan/Noordpool is?

  • 15 min. 
Geflitst!

    Maak 3-5 groepjes. Elk groepje krijgt en bekijkt een familiefoto. Wat zien ze? Wat was de gelegenheid? Wie staan er op? Wat is het verhaal van deze foto? Ze leggen de foto weg en bedenken er een verhaal bij. Dit verhaal gaan ze in 3 stilstaande beelden (tableau vivants) vertellen zonder geluid. Laat ze een Wie, Wat en Waar verzinnen. In het eerste beeld tonen ze de situatie zoals op de foto. Wat en wie is er te zien? In het tweede verandert de locatie. Ze zijn bijv. niet in de huiskamer maar in de dierentuin, het sportveld, de auto. Bij het derde beeld gebeurt er door de andere omstandigheden iets onverwachts. Wat gebeurt er?

  • 15 min. Presenteren en reflecteren

    De leerlingen presenteren elkaar de ‘foto’s’. Na een signaal bevriezen ze in hun spel. Maak hiervan een echte foto. Bij het tweede signaal gaan ze vliegensvlug in een andere houding. Ze bevriezen weer en je maakt een tweede foto, enzovoort. De andere leerlingen vertellen wat ze zagen. Wie, wat, waar? Welke details vielen hun op? Was het mooi of slecht weer? Wat voor geks gebeurde er?

  • Na de les

    Sla de fotoserie op.

reizenindetijd.nl gebruikt cookies om deze website te verbeteren. De data uit Google Analytics delen we niet met derden. De data uit Google Analytics bewaren we drie jaar. Klik rechts op accepteren of lees de privacyverklaring van Erfgoed Gelderland die ook van toepassing is op deze website.
Accepteren
Cookie instellingen